|
Wetenschappelijk onderzoek
De grondlegger van de homeopathie, Samuel Hahnemann, was
niet alleen arts, scheikundige en taalkundige maar bovenal wetenschapper.
Als arts paste hij alleen die methode toe die zich in de praktijk bewezen
had. In zijn tijd was deze onderzoeksmethode revolutionair. De meeste artsen
uit de 18e eeuw volgden klakkeloos hun leermeesters in de toepassing van -
niet zelden zeer schadelijke - therapieën.
Hahnemann gaf alleen geneesmiddelen die hij zelf had beproefd en waarvan
hij dus uit eigen ervaring de werkzaamheid kende. Vaak werken homeopathische
artsen nog steeds op deze manier. Vele van hen nemen zelf het geneesmiddel
in dat zij willen bestuderen om op die manier zelf de effecten en de werking
te ervaren! Door de hoge verdunningen kan er geen sprake zijn van giftigheid
en om die reden zijn er ook geen schadelijke dierproeven nodig. De resultaten
van deze geneesmiddelproeven leveren gegevens op die volgens de 'Similia-wet'
bepalen bij welke klachten deze geneesmiddelen helpen genezen. Zo is in
de loop der eeuwen een scala van drieduizend middelen ontstaan waarmee
de homeopathisch arts werkt. En dat aantal groeit nog steeds. Natuurlijk
blijft er altijd meer onderzoek nodig, maar op basis van het huidige onderzoek
kan al gesteld worden dát homeopathie werkt. We willen alleen meer weten
over hóe het precies werkt en hoe we de methode nog verder kunnen verbeteren.

|