SAMUEL HAHNEMANN


 

 

Op 11 april van dit jaar is het 250 jaar geleden dat in het prachtige stadje Meissen, gelegen aan de Elbe, Samuel Hahnemann werd geboren, de grondlegger van de homeopathische geneeskunde. Reden genoeg, om nog eens goed stil te staan bij het illustere leven en werk van Hahnemann.

Zijn vader was porseleinschilder in de fabriek op de Albrechtsburcht, waar toentertijd het ook nu nog beroemde Meissener porselein gemaakt werd. Samuel was een begenadigd leerling, zowel op de Latijnse school , als op het befaamde streekgymnasium St.Afra te Meissen. In 1775 wilde hij medicijnen gaan studeren. De manier waarop men les gaf aan de medische faculteit van Leipzig beviel hem echter niet, en na wat praktische ervaring in Wenen en Hermannstadt in Roemenie, ging hij uiteindelijk naar de universiteit van Erlangen, waar hij in 1779 de doktersbul ontving. Zijn eerste praktijk was in het mijnwerkersstadje Hettstedt in de Harz.

In zijn 88 jaar durende leven is Hahnemann ruim 20 keer verhuisd, meestal in de deelstaat Saksen, gelegen in het voormalige Oost-Duitsland. In Dessau, ook nu bekend van het Bauhaus, leerde Hahnemann zijn eerste vrouw kennen: Johanna Kòchler, apothekersdochter. Zij trouwden op 17 november 1782 in de Lutherse Johanneskirche van Dessau. Hahnemann was toen gemeente-arts in het nabijgelegen Gommern. Daar werd ook hun eerste van 11 kinderen geboren. Een jaar na het overlijden van zijn vader , die zo belangrijk in zijn leven is geweest, trok Hahnemann in 1785 naar een andere Elbestad, Dresden. Hij deed toen veel vertaalwerk voor de kost, net als in Leipzig, waar hij in 1789 in een zeer armoedige behuizing   bezig was met vertalen van een werk van de Schotse geleerde Cullen over de werking van kinine. Hahnemann geloofde niets van wat er stond, en nam zelf kinine in, ook bekend als middel tegen malaria. Toen hij het middel slikte kreeg hij verschijnselen die erg leken op   malaria, en dat bracht hem uiteindelijk op de ontdekking van het belangrijkste beginsel van de homeopathie, de gelijksoortigheidregel: wat iets veroorzaakt, kan het ook genezen. Hij publiceerde zijn ontdekking in 1796, toen hij in Konigslutter woonde. Dat jaar, waarin ook Jenner de koepokkenvaccinatie ontdekte, wordt nu nog gezien als het geboortejaar van de homeopathie. Zijn eerste echt lucratieve praktijk voerde hij van 1805 tot 1811 in het fraaie Elbe-stadje Torgau, ook bekend als plek waar de geallieerden en de Russen elkaar ontmoetten in WO II. Daar in de Pfargasse schreef hij in 1810 ook het standaardwerk van de homeopathie : de `Organon`. Toch kwam hij in 1811 weer aan de Leipziger faculteit terug als lector, hield er befaamde colleges, en deed er geneesmiddelentestingen met studenten en familieleden. Uitspraken van hem wekten de woede op van reguliere collega`s en apothekers, die hun kostwinning in het gedrang zagen komen. Weggehoond uit Leipzig trok hij in 1821 naar Köthen, waar hij tot 1835 een zeer goede homeopathiepraktijk had in zijn huis op de hoek van de Wallstrasse, dat ook een ontmoetingsplaats was voor vele illustere leerlingen en vrienden van Hahnemann. In zijn tuinhuisje schreef hij `de Chronische Ziekten`, zijn  tweede meesterwerk.   In het   prachtige stadje Köthen, dat ik 3 jaar geleden ook op mijn zoektocht naar de sporen van Hahnemann bezocht, was hij ook lijfarts van de hertog van Anhalt-Köthen, die zijn beschermheer was. In diens hertogelijk slot is nu naast een Bachtentoonstelling, ook een prachtige Hahnemann-expositie te bewonderen.

In 1830 stierf in Köthen zijn vrouw, 76 jaar oud. Echter in 1835 kwam een Parijse jonge dame, Melanie d`Herville op de roem van Hahnemann af . Zij palmde hem in en trouwde in 1835 in de St.Agneskerk, waar ook de uitvaart van zijn eerste vrouw plaats had gevonden. Datzelfde jaar nog troonde Melanie de toen 80-jarige Samuel mee naar Parijs, tot groot ongenoegen van zijn dochters , die tot die tijd zijn assistentes waren in zijn praktijkwoning. In de Franse hoofdstad aan de Rue Milan nr 1 had hij ook weer een drukke praktijk. In 1843 liet zijn gezondheid hem tenslotte in de steek en op 2 juli 1843 stierf hij aan de gevolgen van een bronchitis. Hij werd zeer oneervol, bijna anoniem, begraven op Montmartre . In 1898 is zijn lichaam opgegraven , door toedoen van Amerikaanse homeopathische artsen, en bijgezet op het beroemde Parijse Père-la-Chaise. Hier siert sinds 1900 , in de nabijheid van menig andere beroemdheid, een prachtig monument de definitieve rustplaats van deze geniale en energieke arts, aan wie wij een op logische principes gebaseerde geneeswijze te danken hebben, die nu al ruim 200 jaar in verschillende landen van de wereld geweldig effectief en patientvriendelijk gebleken is.

 

Jan Hoes,

arts voor homeopathie te Oss

 

 

 

 

 

  homeopathie.nl  
 

Namen en adressenvan homeopathische artsen zijn te vinden op deze web-site
of op te vragen bij het secretariaat van de VHAN, tel. 0317-426908
Informatie over de VHAN kunt u vinden op de website
VHAN.nl